Stichting Stichting

UBO bij een stichting

Een stichting heeft geen aandeelhouders of leden en kent in principe geen winstoogmerk. De macht binnen een stichting ligt bij het bestuur.

Captin is wettelijk verplicht vast te stellen wie binnen de stichting de uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s) zijn:
de natuurlijke personen die feitelijk zeggenschap hebben of op enige wijze economisch voordeel ontvangen.

De vier opties in ons vragenformulier

In ons formulier vragen wij u aan te geven waarom iemand volgens u een UBO is.
Voor elke persoon kiest u één optie die het beste past bij zijn of haar rol:

• Meer dan 25% van de aandelen
• Meer dan 25% van de stemrechten
• Meer dan 25% van het economisch belang
• Feitelijke zeggenschap

Niet alle opties passen bij een stichting. Hieronder leest u hoe u de juiste keuze maakt.

1. Meer dan 25% van de aandelen

Een stichting heeft geen aandelen, dus deze optie is niet van toepassing.

2. Meer dan 25% van de stemrechten

De zeggenschap binnen een stichting ligt bij het bestuur. Wanneer één bestuurder meer dan 25% van de stemrechten heeft bij bestuursbesluiten, of feitelijk de beslissingen bepaalt, is die persoon een UBO. Bij een gelijk stemrecht tussen de bestuurders zijn alle bestuurders UBO.

3. Meer dan 25% van het economisch belang

In uitzonderlijke gevallen kan een persoon meer dan 25% van het vermogen of de opbrengst van de stichting ontvangen, bijvoorbeeld bij een fonds of uitkeringsstichting. In dat geval wordt deze persoon aangemerkt als UBO op basis van economisch belang.

4. Feitelijke zeggenschap

Vaak is binnen een stichting sprake van feitelijke invloed, zonder dat dit in de statuten of een overeenkomst is vastgelegd. Dit kan een bestuursvoorzitter zijn die in de praktijk de beslissingen neemt, of een oprichter of extern adviseur die grote invloed heeft op het beleid. Deze persoon wordt dan UBO op basis van feitelijke zeggenschap.

Wat als niemand meer dan 25% bezit of zeggenschap heeft?

Wanneer geen van de bestuurders of betrokkenen afzonderlijk meer dan 25% zeggenschap of economisch belang heeft en er ook geen persoon is met feitelijke invloed, dan worden de bestuurders gezamenlijk als UBO aangemerkt. Is er geen natuurlijke persoon die aan de criteria voldoet, dan gelden de bestuurders als pseudo-UBO’s.

Als meerdere situaties van toepassing lijken

Soms lijkt bij één persoon meer dan één reden te gelden, bijvoorbeeld een bestuurder die ook feitelijke zeggenschap heeft.
In dat geval kiest u de belangrijkste of meest directe reden waarom deze persoon UBO is.

Bij twijfel kunt u onderstaande volgorde aanhouden:

  1. Eigendom of economisch belang (wie profiteert financieel van de stichting?)
  2. Stemrecht of beslissingsmacht (wie bepaalt formeel wat er gebeurt?)
  3. Feitelijke zeggenschap (wie stuurt in de praktijk de organisatie aan?)

Belangrijk bij het invullen

Gebruik bij het invullen van het formulier de statuten en de samenstelling van het bestuur om vast te stellen wie de zeggenschap heeft. Noteer ook of iemand feitelijk invloed uitoefent zonder formele functie. Zo voorkomt u dat een UBO wordt gemist of verkeerd wordt opgegeven.

Heeft u twijfel over de samenstelling van het bestuur of over wie binnen uw stichting als UBO moet worden opgegeven? Kijk dan ook op de webpagina van de Kamer van Koophandel voor meer informatie, of neem contact met ons op via het contactformulier. Wij helpen u graag verder.